Vorige week deed de rechter in Antwerpen een uitspraak in beroep in de zaak van het openbaar ministerie tegen de stichting Trekt uw Plant.
De bestuursleden van deze stichting hadden hun eigen wietplanten in één kleine kwekerij bij elkaar gezet en vakkundig laten verzorgen om later van een optimale oogst te kunnen genieten. In België was het houden van één plant voor eigen gebruik sinds 2005 al niet meer strafbaar. De rechter was het met de verdediging eens dat het collectief kweken van eigen planten niet strijdig is met de bevordering van de volksgezondheid, en dat er geen overlast of criminaliteit door ontstaat.
De ‘cannabis social clubs’ zetten niet aan tot gebruik.
Nederland marktleider in productiemiddelen
Het staat buiten twijfel dat de inventieve Belgen in hun kas de beste technieken en productiemiddelen gebruiken voor de teelt van de cannabis, en dat ze die voor een belangrijk deel uit Nederland hebben geïmporteerd. Dat ons land op dit gebied de marktleider is, bleek maar weer eens op de Spannabis, “de beurs voor cannabis en alternatieve technologieën”, die eveneens vorige week plaatsvond in Barcelona.
Zeker een kwart van de standhouders kwam uit Nederland: ‘wij’ stonden daar met zaden, substraten, voeding, lampen, handleidingen en andere productiemiddelen en de vele duizenden jonge beursgangers waren zeer geïnteresseerd. Je ziet al die Nederlandse producten ook terug in de 25 groeishops in de stad. Er wordt in Barcelona openlijk geblowd, op straat en op de terrasjes. Coffeeshops zijn er wel, maar je moet ze weten te vinden. Maar ook in Spanje lopen rechtszaken tegen mensen die samen hun eigen wiet telen.
Wiet zonder coffeeshops, heeft dat de toekomst? En wat betekent dat voor de Nederlandse cannabissector?
Productiviteitsverbetering
In de jaren negentig beleefde Nederland zijn ‘Groene Lawine’. De dominante Marokkaanse ‘hasjiesj’ werd in tien jaar tijd van de Nederlandse markt gevaagd door onze zelfgekweekte ‘nederwiet’. Volgens de Nederlandse Drugsnota van 1995 waren er niet minder dan 35.000 kwekers. Die wilden allemaal het beste voor hun plantjes, en zij gaven de eerste impuls aan tal van ‘innovaties’ in de productietechnologie van cannabis.
Het gedoogbeleid stimuleerde ook de overigens streng gereglementeerde coffeeshops, die een groot deel van de thuisdealers uit de markt drukten. Op het hoogtepunt waren er maar liefst 1500 coffeeshops in het land. Maar wat je als econoom kon verwachten gebeurde: de handel professionaliseerde, er ontstonden grotere bedrijven met verschillende vestigingen, en de branche organiseerde een constante aanvoer, die niet meer van de kleine thuiskwekers kon komen. Die zijn trouwens door het systematische bestrijdingsbeleid van de laatste jaren toch al veel minder talrijk dan vroeger. De bestrijding vormde wel een impuls om de productiemiddelen van cannabis nog verder te verbeteren.
Groene Lawines in heel Europa
De kwaliteit van wiet verbeterde sterk en de plant werd drie keer zo productief. De Nederlandse ondernemers in zaden, voeding, substraten e.d. kregen er, in de beste traditie van onze bollen- en tuinbouwsector, op de wereldmarkt zelfs een groot concurrentievoordeel door. Hun omzet wordt geschat op meer dan €100 miljoen per jaar. De Groene Lawines die daardoor nu in de andere landen van de Europese Unie optreden, betekenen tegelijk een forse vermindering van de grootschalige export van nederwiet uit Nederland. Wel zo veilig, als Europa overal op nationaal of lokaal niveau zelfvoorzienend wordt voor cannabis. Het gratis maandblad Soft Secrets, “voor growers en blowers”, verschijnt in een jaarlijkse oplage van anderhalf miljoen exemplaren in het Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Pools en Tsjechisch.
Geen criminaliteit, wel belastingopbrengsten
Door het repressieve cannabisbeleid van de laatste tien jaar zijn er nu nog maar zo’n 700 coffeeshops in het hele land, die in de vraag van vele honderdduizenden gebruikers moeten voorzien. Merkwaardig genoeg krijgen ze dat voor elkaar zonder dat ze afhankelijk worden van georganiseerde en gewelddadige criminaliteit. Voor de Belastingen is de coffeeshopbranche nog steeds een vitaal en zeer rendabel deel van de Nederlandse horeca.
Volksgezondheid
Als men van de internationale wetgeving uit 1961 die elke “commercialisering” van soft- en harddrugs verbiedt, een positief effect op de volksgezondheid heeft verwacht, is dat een kapitale vergissing geweest. In vergelijking met landen waar coffeeshops verboden zijn, heeft het cannabisgedoogbeleid juist in de volksgezondheid weinig problemen opgeleverd. Er wordt in Nederland minder geblowd dan in het meeste buitenland. Dat tegenwoordig niet minder dan de helft van de Europese cannabisconsumptie bestaat uit productie van eigen bodem, is het gevolg van de internationaal georganiseerde cannabisbestrijding.
De echte problemen voor het Nederlandse beleid komen voort uit het feit dat er inmiddels een economisch cannabiscomplex is ontstaan dat niet door de internationale beugel kan. Daarom is er stevige binnenlandse (het zero-tolerancebeleid dat het CDA voorstaat) en buitenlandse druk om de coffeeshops helemaal de nek om te draaien, ook al blijkt dat peperdure repressieve beleid contraproductief uit te werken en zijn veel gemeenten er ook om andere redenen helemaal niet happig op. Gezien de vitaliteit van het cannabiscomplex ligt het echter ook niet voor de hand om de zaken maar op z’n beloop te laten.
Dus toch: wiet zonder coffeeshops?
De ‘cannabis social clubs’ lijken een nieuwe stap in dit hele proces waar ontegenzeggelijk belangrijke voordelen aan verbonden zijn. De wietproductie zou gedeeltelijk uit de illegaliteit komen. Ze hoeven geen clandestiene stroom meer af te tappen. De kwaliteit van het product kan openlijk worden gecontroleerd door de eigenaren van de planten.
Als de jurisprudentie in België standhoudt, is het ook afgelopen met het cannabistoerisme in de grensstreken. Ook in Nederland zou de cannabisproblematiek een stuk meer beheersbaar worden als we, net als de Belgen, de niet-commerciele wietproductie een plaats geven in de cannabisvoorziening. Ik ben er zeker van dat het de winstgevendheid van de commerciele wiet en ook van de coffeeshops zal ondergraven. Vandaar dat ik veronderstel dat zelfs het CDA zal staan te popelen om het Belgische initiatief over te nemen.
Dr Adriaan Jansen was tot 2004 hoofddocent en onderzoeker aan de Economische Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde in 1989 zijn economisch-geografische studie Cannabis in Amsterdam (Coutinho, Muiderberg).
|